Stel je voor: je staat aan de kant van de weg, regendruppels op je kraag, en je merkt dat je lek zit. Geen hulpdienst in de buurt, geen zin in een wachttijd van drie uur.
▶Inhoudsopgave
Gelukkig heb je een reservewiel in de kuit. Maar hoe zit dat eigenlijk — wissel je dat zelf, of bel je liever de Wegenwacht? Laat me je vertellen: het is eenvoudiger dan je denkt, als je weet waar je aan begint.
Wat zit er in je auto — en wat niet
Niet elke auto heeft nog een reservewiel. Steeds meer fabrikanten — denk aan Volkswagen, Audi, SEAT of Škoda — vervangen het door een reparatieset met schuim en een compressor. Dat scheelt gewicht en ruimte, maar het helpt je niet bij een flinke scheur of een band die gewoon kapot is.
Heb je gelukkig nog een echt reservewiel? Dan ligt dat meestal onder de vloer van de bagageruimte.
Klap de bodembekleding omhoog, draai de centrale moer los en til het wiel aan de achterkant omhoog. Trek het naar je toe en het zit eraf.
Wat me opvalt is dat veel automobilisten helemaal niet weten wat er in hun eigen auto zit. Ze rijden er jaren mee en hebben nog nooit gekeken onder die mat. Eerlijk gezegd — dat is best dom, want op het moment dat je het nodig hebt, wil je niet beginnen zoeken naar een bout die er blijkbaar niet meer zit.
Veilig opzetten: eerst de basis
Voordat je ook maar één hand aan de krik slaat, moet je de auto veilig neerzetten. Parkeer op een vlakke, stevige ondergrond — geen zand, geen gras, geen helling. Zet de handrem stevig aan en zet de auto in de eerste versnelling (of op P bij een automaat).
Zet een waarschuwingsdriehoek neer, minimaal honderd meter achter je auto. Draag een hesje als je op een drukke weg staat.
Dit zijn geen onzinnige regels — dit zijn dingen die je leven kunnen redden. Zet verder twee keer wielkeggen achter het wiel dat tegenover het leke wiel zit.
Dus als je linksvoor lek zet, keg achter het rechterachterwiel. Voorkomt dat de auto gaat rollen als je hem opkrijgt. Zo simpel is dat.
De band wisselen: stap voor stap
1. Borgbouten losdraaien (nog niet helemaal)
Draag eerst de bouten een kwartslag los, terwijl de band nog op de grond staat. Dit is ook het ideale moment om je banden van voor naar achter te wisselen voor een gelijkmatige slijtage.
Als je eerst opkrijkt en dan losdraait, draait het wiel mee en heb je niks. Gebruik de momentsleutel uit je auto of een kruismoersleutel. Let op: bij sommige Volkswagen- en Audi-modellen zitten er bouten met een andere maat — soms moet je adapter gebruiken. Kijk dus vooraf even wat je nodig hebt.
2. De auto opkrikken
Plaats de krik op het juiste punt. Dit vind je in je gebruiksaanwijzing — meestal een versterkte plek aan de onderkant van de carrosserie, nabij het wiel.
Niet zomaar ergens onder de bumper klemmen, want dan krijg je schade of — erger — glipt de krik en valt de auto.
3. Bouten verwijderen en band wisselen
Krik de auto omhoog tot het leke wiel vrij hangt, dus net boven de grond. Een paar centimeter is genoeg. Nu draai je de bouten helemaal los en haal je de lekke band eraf.
Leg hem op zijn kant onder de auto als extra beveiliging — mocht de krik toch begeven, dan valt de auto op de oude band en niet op je. Dan haal je het reservewiel erbij, lijn het op met de boutgaten en duw het op de naaf.
4. Laten zakken en aandraaien
Bevestig de bouten eerst met de hand, kruislings aandraaien zodat het wiel gelijkmatig aanschuift. Laat de auto langzaam zakken met de krik, totdat het reservewiel de grond raakt maar het gewicht nog niet helemaal op de band staat. Draai dan de bouten goed vast met de momentsleutel.
De meeste auto's hebben een aanbevolen draaimoment tussen de 110 en 140 newtonmeter — check je handleiding.
Daarna laat je de auto helemaal zakken en haal je de krik eronder. Draai de bouten nog één keer na, nu met de volle kracht.
Na het wisselen: let op deze dingen
Een reservewiel is geen normale band. Vaak is het een smal noodreservewiel — die mag je maximaal tachtig kilometer per uur mee rijden en alleen tijdelijk gebruiken. Rijd er niet mee naar je vakantie in Frankrijk.
Ga zo snel mogelijk naar een bandenspecialist om de lekke band te laten repareren of vervangen.
Daarnaast: controleer de bandenspanning van je reservewiel. Velen vergeten dat. Een reservewiel staat maanden of soms jaren steeds ongebruikt in de kuit.
De druk zakt langzaam, en als je hem eindelijk nodig hebt, staat hij half lek. Ik check het elke zes maanden als ik toch bezig ben met de winterbandenzet — gewoon even de drukmeter erop zetten. Kost je twee minuten.
Een eigen mening over reservewielen
Wat ik eigenlijk wel jammer vind: de trend om reservewielen schrap te gaan. Ja, een reparatieset weegt minder en bespaart brandstof.
Maar probeer eens in een regenbui aan de A12 te stoppen met een blik schuim en een mini-compressor. Dan zie je toch de meerwaarde van een echt wiel. Zeker op momenten dat je niet kunt wachten op hulp.
Als je een auto koopt — bij Pon Center of waar dan ook — vraag gewoon of er een reservewiel bij zit of of het een reparatieset is.
En als dat laatste het is, overweeg dan om er zelf een te bestellen. Het kost wat geld, maar het geeft rust. En rust op de waar is goud waard.